Bij al deze conflicten had een churchmediator ingeschakeld kunnen worden:
In een RK-parochie werkt een heel betrokken pastoraal werker (PW). Maar de pastoor van de naburige parochie, die aangesteld is tot pastoor administrator, vindt dat de PW zijn bevoegdheden overschrijdt en maakt daar bezwaar tegen. De PW voelt zich gekleineerd.
In een kleiner wordende protestantse gemeente zien de kerkrentmeesters met argusogen de hoger wordende opbrengst aan van de avondmaalscollecten, die traditiegetrouw naar de diaconie gaan. De diaconie is niet in voor een gesprek hierover; zij vinden dat het wezen van de christelijke gemeente in het geding is als het diaconale gehalte van de avondmaalscollecte ter discussie wordt gesteld.
De dominee vervangt zonder overleg met de kerkenraad in de wekelijkse liturgie de verootmoediging en de genadeverkondiging door een gezongen kyrie en gloria. De kerkenraad maakt bezwaar en wil dit op de agenda van de vergadering. De dominee vindt dat de invulling van de eredienst zijn eigen verantwoordelijkheid is en wijst een gesprek hierover af.
Een PKN-kerkenraad beroept een nieuwe voltijds predikant, die men al langer kent, omdat hij in de buurt woont, te weten op zo’n 25 km afstand. Er is geen pastorie beschikbaar, maar de nieuwe predikant is bereid om een leegstaande woning, die als zodanig zeer geschikt is, te kopen. Dit wordt in de afspraken opgenomen. Nadat de predikant het beroep heeft aangenomen en als de uitnodigingen voor de bevestiging al zijn verstuurd, blijkt dat het gezin van de nieuwe predikant niet wenst te verhuizen en dat de aankoop van de woning niet doorgaat. De dominee gaat ‘pendelen’ . Dit is helemaal tegen de gemaakte afspraken. De kerkenraad wil per se een predikant die in de gemeente woont. Wat nu te doen?
In een protestantse gemeente wil een bewust ongehuwde moeder haar kindje laten dopen, maar de dominee denkt er niet aan daaraan mee te werken. De kerkenraad, die de moeder goed kent, vindt het erg dat de doop aan het kind wordt onthouden omdat de moeder volgens de predikant “in zonde leeft”. Er is een mogelijkheid dat iemand anders de doopvragen beantwoordt, maar dat wil de moeder niet. Wat te doen?
In een Christelijk Gereformeerde Gemeente hebben de predikant en de organist ruzie met elkaar. De organist is beroepsmusicus en vraagt geen vergoeding voor zijn diensten. De dominee vindt dat hij een te hoge dunk van zichzelf heeft en van de waarde van zijn muzikale bijdrage aan de eredienst. In de gemeente ontstaat onrust, sommigen staan achter de organist, anderen achter de dominee.
In een protestantse gemeente kunnen de vrouwelijke predikant en de kerkenraad niet meer door een deur en er wordt losmaking aangevraagd. Na afloop van de daartoe geldende procedure, die inderdaad tot losmaking leidt, dient de predikante een forse schadeclaim in bij de kerkrentmeesters. Zij is overtuigd dat er een complot tegen haar is gesmeed en dat er vuile spelletjes zijn gespeeld. En haar gezin heeft daar bijzonder onder geleden. De kinderen wilden niet meer naar de kerk, het kind dat belijdenis zou doen ziet daar verder van af. Het gezin keert zich van de kerk af. De wrok van de predikant richt zich vooral op de kerkrentmeesters die haar liefdeloos en alleen maar zakelijk hebben behandeld. Bij een betere begeleiding van haar en haar gezin zou alles anders zijn gegaan.
In een protestantse gemeente hebben de kerkrentmeesters en de koster ruzie met elkaar. De koster heeft diploma’s, onder andere voor de horeca, maar veel gevoel voor kerkzijn blijkt hij niet te hebben. Toen bleek dat hij zijn vrije dagen vooral op zondag ging opnemen, wilden de kerkrentmeesters hem aanspreken op het niet nakomen van het contract. De koster zei echter zich volledig aan het contract te houden. Nergens staat dat hij zijn vrije dagen niet op zondag mag opnemen. Toen bleek dat de kerkrentmeesters al met een mogelijk andere koster in gesprek waren, waren de rapen gaar.
In een PKN-gemeente is door de nieuwe kerkenraad een besluit genomen aangaande de sluiting en verkoop van een van de twee gebouwen. Met de opbrengst kan het andere kerkgebouw worden vergroot en aangepast. Er is in de gemeente weinig begrip voor dit voortvarende besluit. De kerkleden hebben het kerkje dat verkocht gaat worden bijna met eigen handen gebouwd. Er ontstaat een forse tweespalt binnen de gemeente.
Binnen de kerkenraad van een PKN-gemeente ontstaat spanning omdat de na lang zoeken gevonden nieuwe voorzitter het voorzitterschap niet aan blijkt te kunnen. Hij laat veel verstek gaan, komt vrijwel nooit in de kerkdienst en heeft geen gevoel voor een goede en tijdige afhandeling van de vergaderingen, noch voor enige persoonlijke benadering van de kerkenraadsleden. Natuurlijk wil men hem noch anderen kwetsen. Maar er moet wel iets gebeuren anders lopen goede kerkenraadsleden weg. Een ouderling wijst op de mogelijkheid van mediation, “laten we een mediator vragen een bijzondere vergadering voor te zitten en ons te helpen er openlijk op een goede manier over te praten.”